Het interieur

De weelderige ingerichte vertrekken zijn o.a. voorzien van schilderijen,
beschilderde plafonds en wandtapijten. Tot de belangrijkste kamers
behoren de Salle des Gardes (bovenstaande foto) en de Chambre
de Diana Poitiers. In Beide kamers zijn de muren rijkelijk voorzien
van Vlaamse wandtapijten. In de kamer van Diana de Poitiers is
een schouw te zien van de beeldhouwer Jean Goujon (ca. 1510-1568).
Elegante langgerekte figuren zijn kenmerkend voor zijn stijl (zoals
de vrouwen op de hoeken). Goujon wordt gerekend tot de school
van Fontainebleau. De H en de C verwijzen naar Hendrik II en Catherine
de ’Medeci. De verstrengelde C lijkt ook op een D, mogelijkerwijs
een ironische verwijzing naar de driehoeksverhouding van Hendrik
II.

In het kasteel zijn nog vele andere schitterend bewerkte open
haarden te zien. Op de onderstaande foto is de schoorsteen in
de Frans I Kamer afgebeeld. Onderaan de schoorsteenmantel zijn
verfijnde motieven te zien die typerend zijn voor de renaissance.
Daarboven staat de lijfspreuk van Thomas Bohier (S’il vient
á point, me souviendra’).

Het Cabinet Vert diende als de werkkamer van Catherine de’
Medici en was in die tijd met groen fluweel behangen. Het plafond
uit de zestiende eeuw is bewaard gebleven. Ook hier zijn de verstrengelend
C’s afgebeeld. In deze ruimte bevinden zich schilderijen
van grote kunstenaars als Tintoretto, Jordaens, Goltzius, Veronese,
Van
Dyck en Poussin. Ook staan er twee Italiaanse kasten uit de
zestiende eeuw.

De privékapel is, uitgezonderd de ramen, goed bewaard
gebleven. Het gebrandschilderde glas brak in 1944 en is in 1953
vervangen. Het ontwerp is van Max Ingrand. Pilasters met acanthusbladeren
en hartschelpen dragen de gewelven waarin familiewapens zijn verwerkt.
Er zijn in het kasteel nog vele andere kamers te zien die een
bezoek waard zijn.

|