Münster is officieel in 793 gesticht. Desalniettemin waren
er al sinds de Romeinse tijd mensen woonachtig. De naam Münster
is afgeleid van Monasterium ( betekend klooster). Liudger ( een
Friese missionaris) stichtte een missiepost in opdracht van Karel
de Grote. Het klooster dat stond op de Horsteberg werd in 805
een bisdom met Liudger als bisschop. Het bisdom vormde de basis
voor de stad. Münster kreeg stadsrechten in 1137 en werd
Hanzelid in de dertiende eeuw. Het aansluiten bij de Hanze had
welvaart tot gevolg.

De dom van Münster
In 1534/35 stichtte de Haarlemmer Jan Matthijs met veel geweld
en terreur het ‘koninkrijk’ van de wederdopers (Anabaptisten)
in Münster. Zij geloofden in een spoedige wederkomst van
Christus. Ook Jan van Leiden en David Joris behoorden tot deze
religieuze gemeenschap die zich in Münster had gevestigd.
De stad werd snel door de bisschoppelijke troepen terug ingenomen.
De leiders van de wederdopers werden na hun terreurbewind geëxecuteerd.
Hun lijken werden in kooien tentoongesteld. Deze drie kooien bevinden
zich nog steeds aan de toren van de St. Lamberti.
In het raadhuis van Münster werd op 24 oktober 1648 de Vrede
van Münster getekend. Dit verdrag is bijzonder belangrijk
voor de geschiedenis van de Nederlanden. Het leverde onafhankelijkheid
voor de Republiek der Verenigde Nederlanden op en maakte een einde
aan de Dertigjarige- en de Tachtigjarige Oorlog. Het historische
centrum werd in de tweede wereldoorlog voor negentig procent verwoest.
Een groot deel is echter zorgvuldig gereconstrueerd.