Sint-Niklaaskerk Gent
Samen met de Sint-Baafskathedraal, het Belfort , de Sint-Jacobs- en
Sint-Michielskerk ligt zij in het voormalig economisch centrum van de
Stad Gent en is zij de weerspiegeling van de rijkdom van haar geldschieters,
kooplui en grootgrondbezitters. Zij staat vlakbij de vroegere haven
van Gent, toegewijd aan de heilige Nicolaas.
In de 11de-12de eeuw bevond zich op de plaats van de Sint-Niklaaskerk
een romaanse kerk, die waarschijnlijk door brand werd verwoest.
In de 13de eeuw werd de kerk heropgebouwd en vergroot. De scheldegotiek,
zoals we die ook terug vinden in Doornik en Oudenaarde, staat model.
Er komt een middenschip, hoog uitgebouwd met lichtramen. Naar het einde
van de dertiende eeuw toe wordt het aangevuld met een transept en een
vieringstoren, die een tijdlang gebruikt wordt als stadswachtpost.

Pas in de 14de eeuw wordt het priesterkoor gebouwd, dat later
uitgebreid wordt met een aantal transkapellern. In de eerste helft van
de 15de eeuw krijgt het een laatgotische bovenbouw met sierlijke luchtbogen.
De Contrareformatie probeert de wonden van de beeldenstorm te
herlen. Samen met pastoor Nottingham (1656-1691) doet de barok zijn
intrede in de kerk en zorgt voor een majestatisch hoofdaltaar en rijkversierde
zijkapellen

Maar andere factoren leiden tot de achteruitgang van de kerk: het economisch
en politiek verval, de Franse revolutie, stabiliteitsproblemen van het
gebouw ...
De 19de en vooral de 20ste eeuw zijn voor de Sint-Niklaaskerk
een tijd van eerherstel. De eerste restauratieplannen worden gemaakt.
Het zal echter tot 1960 duren vooraleer de kerk definitief in de stellingen
gaat.
|