Lothariuskruis
voorkant Lothariuskruis
Een van de meest kostbare voorwerpen van de middeleeuwse
goudsmeedkunst is het kruis van lotharius dat tegen het einde van de
10e eeuw ontstaan is. Dit processiekruis staat tegenwoordig op een voet
uit de 14e eeuw. Het doet nog altijd als processiekruis dienst en staat
tijdens de Hl. mis naast het hoofdaltaar in de mariakerk.
De kern van het kruis bestaat uit eikenhout. Een zijde
bestaat uit gedreven goud en vergulde zilveren platen en is rijk versierd
met edelstenen, parels en filigraanwerk. De andere zijde toont de gekruisigde
Christus. De betekenis van het kruis wordt pas duidelijk wanneer men
beide kruiszijden en de edele materialen waarmee het vervaardigd is,
met elkaar in verbinding brengt. De edelstenen zijde zet de beschrijving
die Johannes in zijn Openbaring van het Hemelse Jeruzalem geeft, om
in het beeld van een gouden, met edelstenen versierde stad. Deze symbolisering
van de hemelse stad wordt bijzonder duidelijk door de grote edelstenen
in het midden. Deze zijn zo gevat, dat ze aan arcades van een tempel
doen denken. Aan alle uiteinden van het kruis zijn drie parelachtige
stenen te zien. Zij symboliseren de poorten van het Hemelse Jeruzalem
die - volgens Johannes - uit twaalf parels bestaan. De parels omsluiten
een blauwe saffier die als teken voor Gods troon geldt. De met edelstenen
versierde zijde representeert zo de hemelse stad als het rijk van God.
Twee stenen zijn vanwege hun grootte en afbeelding bijzonder opvallend.
In het centrum van de kruisbalken bevindt zich een uit lagen bestaande
veelkleurige sardonyx, waarin omstreeks het begin van onze tijdrekening
het beeld van keizer Augustus met lauwerkrans gesneden is.
In tegenstelling tot het Lothariuskruis tonen vergelijkbare
gemmenkruizen (met edelstenen versierde kruizen) in het centrum geen
keizerlijke figuren, maar afbeeldingen van Christus. Het keizerlijke
beeld op het lothariuskruis verwijst naar de vermoedelijke schenker
van dit kruis,Otto 111 (983- 869), die zichzelf volgens de Romeinse
traditie als plaatsvervanger van God op aarde beschouwde. De afbeelding
van Augustus is als zodanig dus gelijkwaardig aan een afbeelding van
Christus op een gemmenkruis. Het bergkristal beneden op de kruisbalk
dateert uit de 9e eeuw. In spiegelbeeld is de inscriptie "XPE ADIVVA
HLOTARIUM REGem " (Christus, help koning lo- tharius) te lezen.
De inscriptie omlijst een profielafbeelding van koning Lotharius II
(855-869). Sinds de 19e eeuw wordt het kruis vanwege de inscriptie Lotharkruis
genoemd.
Ook de gegraveerde zijde is niet alleen symbolisch voor
de offerdood van Christus, maar tegelijkertijd een teken voor zijn overwinning
op de dood. De gekruisigde draagt geen doornenkroon, maar ontvangt uit
de hand van zijn Hemelse Vader een lauwerkrans als symbool voor zijn
zegevieren. Deze krans correspondeert met de lauwerkrans van Augustus
en onderstreept zo de interpretatie dat de Augustuscam mee (gesneden
steen) identiek is aan een afbeelding van Christus. Het lichaam van
Christus aan het kruis is expressief uitgebeeld. Zijn ogen zijn gesloten
en hij heeft een open wond aan zijn zijde. Zon en maan - op de uiteinden
van de dwarsbalken gepersonificeerd - verhullen hun gezicht als teken
van rouw. Aan de voet van het kruis wordt een kronkelende slang getoond
als symbool voor de overwinning op het kwade. De gegraveerde zijde wekt
in vergelijking met de met edelstenen bezette zijde een eenvoudige indruk.
Het kostbare materiaal onderstreept eens te meer de verwijzing naar
de hemelse stad. Goud symboliseert een stralend licht en daarmee de
Hemelse Zaligheid Gods
.
achterkan Lotharius kruis
|