De
kathedraal Notre-Dame Rouen
Toen Saint-Mellon in het jaar 260 het evangelie kwam prediken in Neustrië,
koos hij als eerste vestigingsplaats het verblijf van Praecordius uit,
dat gelegen was aan een Kruispunt van Romeinse wegen in het Galloromeinse
stadje Rotomagus. Later bouwde Saint-Victrice, die van 393 tot 409 bisschop
van Rouen was, een eerste kathedraal, die waarschijnlijk heeft bestaan
tot 1063, toen een romaanse kathedraal door aartsbisschop Maurille gebouwd
werd en werd ingewijd in aanwezigheid van Willem de Bastaard, hertog
van Normandië en later koning van Engeland.
In 1144 wordt begonnen met de bouw van een met spitsbogen overwelfde
kathedraal. Wanneer in 1200 de Saint-Romaintoren, de westelijke voorgevel
en de eerste traveeën van het schip al afgewerkt zijn, wordt het bouwwerk
volledig verwoest door een brand. De kathedraal wordt weer opgebouwd
tussen 1200 en 1230 in een stijl die zeer kenmerkend is voor de Normandische
kunst. Deze dertiende-eeuwse kathedraal van de hand van Jean d'Andely
is grotendeels bewaard gebleven.
In de veertiende eeuw worden vervolgens kapellen bijgebouwd in de zijbeuken,
wordt de hoofdkapel, die gewijd is aan Onze-Lieve-Vrouw, omgebouwd en
vergroot, en worden de hoge vensters van het schip en van het koor vergroot.
De indrukwekkende rechter hoektoren, de zogenaamde "Tour de Beurre",
is in de vijftiende eeuw toegevoegd. In het begin van de zestiende eeuw
verbouwt de grote bouwmeester Roulland Le Roux het centrale portaal,
dat hij tevens omkadert met twee machtige en rijk versierde steunberen
die de voorgevel moeten stutten.
De kathedraal van Rouen ondergaat veel rampen : vernielingen en plunderingen
tijdens de godsdienstoorlogen en de Franse Revolutie, stormen, branden
en de verschrikkelijke beproevingen van de lente van 1944 : bommen vernielen
de zuidelijke zijbeuk en slaan de zuilen van de lantaarntoren kapot,
zodat het hele bouwwerk dreigt in te storten. De daaropvolgende brand
verwoest de hele Saint-Romaintoren. Het duurt dan nog twaalf jaar voor
de kathedraal van Rouen in al haar glorie op zondag 24 juni 1956 weer
in gebruik genomen kan worden. Zelfs nu nog is men op grote schaal bezig
met de restauratie van dit schitterende bouwwerk.
|