De Grote Markt

De geschiedenis van de Grote Markt gaat terug tot de middeleeuwen. Aanvankelijk is de markt door houten huizen omgeven. Gedurende de eeuwen heeft het plein zich ontwikkeld tot een prestigieus geheel. Het voorbeeld van het stadhuis (1402-1455) en het Broodhuis (gaat terug tot de dertiende eeuw) hebben een grote rol gespeeld in de ontwikkeling naar luxueuzere stenen bebouwing.

Gedurende de eeuwen hebben belangrijke openbare aangelegenheden plaats gevonden op de Grote Markt. Er zijn veel feesten gevierd, belangrijke personen ontvangen en executies uitgevoerd. Nog altijd vinden grote evenementen plaats op het plein, zoals het historische spektakel de Ommegang (begin juli).

Grote Markt met zicht op ‘Het huis van de hertogen van Brabant’ (grote gebouw recht vooruit).

In 1695 werd de Grote Markt verwoest door bombardementen van het Franse leger. De herbouw van het hart van Brussel nam slechts vijf jaar in beslag. Bouwplannen moesten goedgekeurd worden door de magistraat. Hij zorgde dat de barokgevels harmonische op elkaar werden afgestemd. De meeste gildenhuizen, uitgezonderd De Zwaan en De Hoorn, zijn uitgerust met de drie klassieke zuilenorden (Dorisch, Ionisch, Corinthisch). De gildenhuizen zijn opgetrokken in Italiaans barok stijl, uitgezonderd In Den Vos en De Zwane (beiden Lodewijk XIV-stijl). Laatstgenoemde gildenhuizen verstoren de homogeniteit echter niet. Aan het einde van de zeventiende eeuw is het nog niet vanzelfsprekend om diverse gebouwen in samenklank te realiseren.

De architecten van de gildenhuizen waren van Vlaamse herkomst. De internationale stijlen waarin zij hun gebouwen vorm gaven waren beïnvloed door lokale tendensen. De laat gotische stijl bleef lang populair in Vlaanderen. Dit komt ook tot uiting in de barok architectuur van de Grote Markt. De smalle gevels, de verticale gerichtheid van architectonische elementen en versieringen en de rijk gedecoreerde bovenste zone is terug te herleiden naar de late gotiek.

De bovenkant van de gevels ‘De Zak’, ‘ De Wolvin’ en ‘De Hoorn’.

Op de Grote Markt staan veel schitterende gildenhuizen met een bijzondere geschiedenis. Op huisnummer 5, tegenover Het huis van de hertogen van Brabant, bevindt zich de Wolvin. Het huis dankt zijn naam aan de beeldengroep boven de ingang, een voorstelling van Romules en Remus gezoogd door de wolvin. Dit gildenhuis is bekroond met een verguld beeld van de vogel feniks die uit zijn as verrijst. De inscriptie eronder deelt ons mee dat dankzij de Sebastiaansgilde dit gebouw nog glorierijker is teruggekomen. Dit is een verwijzing naar de verwoesting van 1695 en de wederopbouw. Het ernaast gelegen huis op nummer 6 wordt De Hoorn genoemd, naar de afbeelding van een hoorn tussen de begane grond en de eerste verdieping. Het is in 1434 eigendom van het schippersgilde geworden. Op de tweede verdieping verwijzen vergulde decoraties (ankers, touwwerken en zeesterren) naar de scheepsvaart en de zee. Op de verdieping daarboven is het gevolg van de zeegod afgebeeld, gezeten op paarden. De geveltop heeft de vorm van een achtersteven van een fregat. De Vos op nummer 7 is in 1699 opgericht als gildenhuis van de garen- en bandverkopers. Bovenop de gevel staat een beeld van hun patroonheilige, St. Nicolaas.

Het kleinste gildenhuis op de Grote Markt van Brussel is ‘De ster’

Aan de zijde van het stadhuis ligt De ster op nummer acht. Het is het kleinste gebouw op de Grote Markt. Nadat het in 1852 is afgebroken om de straat te verbreden volgt herbouw in 1897. In de Zwaan, het voormalige huis van de slagers, schreven Karel Marx en Friedrich Engels hun 'Communistisch Manifest' in 1847. De Gulden Boom op nummer 10 is zowel voor als na de bombardementen het gildenhuis van de brouwers geweest. Momenteel is hier een Brouwerijmuseum gevestigd. Een beeld van Karel van Lotharingen bekroont het dak.

Het stadhuis

Tussen 1402 en 1420 is het stadhuis gebouwd onder leiding van Jacob van Thienen en Jan Bornoy. Aanvankelijk bestaat het bouwwerk uit het belfort en een vleugel aan de linkerzijde. De rechtervleugel is aangebouwd tussen 1444 en 1449. Van Ruysbroeck heeft de 96 meter hoge toren (1449-1454) ontworpen ter vervanging van het belfort. In 1455 is het beeld van de aartsengel St. Michael op de spits geplaatst. In 1996 vervangt een kopie het vergulde beeld. De toren en de buitenste muren hebben de Franse verwoestingen van 1695 overleefd. In overeenkomst met de tijdsgeest zijn de noodzakelijke herstelwerkzaamheden gepaard gegaan met enige aanpassingen in stijl. Onder leiding van Cornelis Van Nerven is de achterbouw vanaf 1706 in classicerende barokke stijl uitgevoerd. De sculpturen aan de gevels zijn hoofdzakelijk in de 19e en 20e eeuw toegevoegd. De gevelbeelden uit de 15 e-eeuw bevinden zich in het tegenover het stadhuis gelegen broodhuis.

Het broodhuis en omringende gildenhuizen

Op de plaats waar sinds de dertiende eeuw meerdere malen een broodhuis is gebouwd staat een reconstructie in neogotische stijl. In 1860 is het toen bouwvallige broodhuis namelijk aangekocht door de gemeente en daaropvolgend gesloopt en herbouwd. Het neogotische ontwerp is een behoorlijk vrije reconstructie van het laatgotische broodhuis. Ideeën die in het laatgotische bouwwerk niet zijn gerealiseerd, zijn alsnog uitgevoerd. Een toren en een dubbele galerij zijn toegevoegd naar het model van andere zestiende-eeuws gebouwen. De vrijheid waarmee deze reconstructie is uitgevoerd is typerend voor de negentiende eeuw. Het Broodhuis biedt onderdak aan het Museum van de stad Brussel. Met behulp van onder meer kunstwerken en kunstnijverheidswerken is de geschiedenis van Brussel in beeld gebracht

Meer foto's Brussel
Kaart Brussel