Kathedraal Amiens
De kathedraal die gebouwd is als basiliek ter ere Gods en als kerk
voor het christenvolk duidt specifiek de residentie aan van de bisschop.
Die van Amiens, allereerst gebouwd op het graf van de stichter van het
bisdom, de heilige Firminus, werd al zeer spoedig verplaatst, met relikwieën,
naar de binnenstad waar zij bijna om de honderd jaren het slachtoffer
werd van brand, (1019-1137-1218) alvorens de plaats te vinden die wij
nu kennen. Het is moeilijk om ons in te denken in de sfeer van de 13de
eeuw, tijdperk van kruistochten en bedevaarten, en de draagwijdte te
beseffen van de gebeurtenis,toen in 1206, Walon de Sarton,kannunik van
Picquigny, van een kruistocht komend, een gedeelte van de schedel van
Johannes de Doper naar Amiens meenam. Deze buitengewone relikwie noodzaakte
een niet te vergelijken relikwieschrijn te 'bouwen'.
Op dit
tijdstip hebben alle bisschopszetels uit de omtrek,Parijs,Atrecht,Noyon
en Senlis al prachtige kerken. Na in 1117 het zelfbestuur verkregen te
hebben, kent Amiens met zijn bloeiende handel,zijn lakenfabrikanten zijn
stofweverijen en zijn 'weede' trafiek,een economische welvaart die te
vergelijken is met die in Vlaanderen.
De behoefte naar een nieuwe kerk,de rijkdom van het kapittel en van
de burgergemeenschap,de daadwerkelijke bijstand van de koning en de
landheren,de religieuze geest, die bisschop en bevolking bezielt,en,
misschien ook wat chauvinisme, het verlangen beter te doen dan de buren,
motiveren de architekten om zich te overtreffen. Maar om de grootste
kerk van Frankrijk te bouwen moet er eerst ruimte gemaakt worden. Een
ziekenhuis wordt verplaatst, ook het bisschoppelijk paleis en de stadsmuren.Men
behoudt voorlopig de kerk van de heilige Firminus,belijder,en dit verplicht
de uitvoerders niet eerst met het koor maar met de westgevel te beginnen.
In
1220 wordt door de*bisschop EVRARD DE FOUILLOY de eerste steen gelegd.
Als men bedenkt dat in 1247 de kapellen van de absis klaar zijn en men
in 1258 met de hoge gedeelten van het koor en het transept begint en dat
in 1269 de grote kerkvensters zijn geplaatst, dan constateert men dat
niet meer dan 50 jaar nodig zijn geweest om het grootste gedeelte van
het bouwwerk te realiseren. En dit valt samen met het bloeitijdperk van
de Gotiek. Hieruit volgt de eenheid van stijl die niet de minste verdienste
is van de kathedraal van Amiens. En deze verdienste komt vooral toe aan
de voornaamste uitvoerder: Robert de Luzarches. Deze man zag ver vooruit
en in zijn geest hebben Thomas eb Renaut de Cormont zijn plannen verder
ontwikkeld.
|