Maria Laach

De abdij van Maria Laach ligt op een heuvel , dichtbij de Laacher
See. Dit meer is ontstaan in de krater van een uitgewerkte vulkaan.
Deze kloeke Romaanse kerk is dus gelegen in een schitterende omgeving.
Liefhebbers van wandelen kunnen een bezoek aan deze kerk combineren
met een tochtje door het natuurschoon.
Met de bouw van de kerk begon men in 1093 in opdracht van Hendrik
II van de Palts. Deze keizer is in de kerk begraven. In 1156 werd
het westelijke koor, het langhuis en de crypte voltooid. Het oostelijke
koor werd in 1177 afgesloten. Het gebouw is een schoolvoorbeeld
van Staufische architectuur.

Het exterieur van de kerk ziet er indrukwekkend robuust uit.
Verscheidene bouwmassa’s zorgen zowel voor eenheid als variatie.
De twee ronde torens in het westen hebben bijvoorbeeld een markante
relatie tot de twee slanke vierkante torens in het oosten. Boven
de oostelijke viering is er een achthoekige toren opgebouwd terwijl
de westelijke viering wordt bekroond door een vierkante toren.
Bruine stenen die lichtjes naar voren wijken (lisenen) geleden
de muurvlakken. De rondboogfriezen die de muuroppervlakken bekronen
zijn ondersteund door consoles. Dit is typisch voor de Staufische
vormentaal.


Het atrium waarlangs je de kerk binnengaat is een aanbouw uit
de dertiende eeuw. Het westelijk portaal van het atrium is door
schitterend beeldhouwwerk omgeven. Duivels en andere groteske
figuren zijn vervlochten met geometrische plantenmotieven.

In de binnenplaatst staat een fontein die oud lijkt, maar uit
1928 dateert. Wanneer u het atrium verlaat en de kerk zelf betreedt
ziet u vooraan op de middenas het graf van Hendrick II. Hij stierf
in 1095 maar het graf zelf is zo’n honderd jaar na zijn
dood vervaardigd. Op het graf ligt een geschilderd houten figuur
die Hendrick II verbeeldt. Eveneens interessant is de crypte. Daar
zijn geen twintigste-eeuwse glas in loodramen en mozaïeken
in neo-Byzantijnse stijl die afbreuk doen aan de authentieke sfeer
van de kerk.


De oude kapitelen versterken het zeer kloeke karakter van deze
ruimte door hun zware en geometrische vormgeving. Dergelijke kapitelen
zijn typerend voor die tijd. Er zijn ook enkele kapitelen te zien
die versierd zijn met ornamenten die doen denken aan de verluchtingen
in Keltische manuscripten.
|